Omgaan met ADHD; kan het ook anders dan met medicatie?

ADHD, het is tegenwoordig een gangbaar verschijnsel.
Je kent ongetwijfeld kinderen en volwassenen die deze diagnose ooit hebben gekregen. ADHD werd voor het eerst beschreven in de DSM-IV (uit 1994), het standaardwerk voor psychiaters en psychologen, waar alle psychische en psychiatrische stoornissen in opgenomen zijn. Aan de hand van 18 waarneembare symptomen of gedragingen bij kinderen wordt de diagnose ADHD gesteld. Er zijn geen objectieve medische testen, zoals een hersenscan, die ADHD kunnen vaststellen. Volgens de American Psychiatric Association heeft ongeveer 5% van alle (westerse) kinderen en 2,5% van alle volwassenen ADHD. Omdat ADHD als stoornis in de DSM staat, mag er medicatie worden voorgeschreven.

Methylfenidaat en dexamfetamine

Dat dit sindsdien gebeurt, staat buiten kijf. De cijfers liegen er niet om. In 2018 gebruikten 78.000 kinderen in Nederland methylfenidaat, de werkzame stof van medicatie zoals Ritalin en Concerta. Ook dexamfetamine, dat vooral voor volwassenen met ADHD bedoeld is, wordt steeds meer aan kinderen gegeven. Hoewel er tegenwoordig terughoudender mee omgegaan lijkt te worden, zijn dit schokkende cijfers als je weet dat zowel methylfenidaat als dexamfetamine op lijst I staan van de Nederlandse Opiumwet. Deze stoffen zijn bij wet verboden omdat ze een onaanvaardbaar gezondheidsrisico met zich meedragen. Methylfenidaat heeft dezelfde chemische structuur en een vergelijkbare werking als cocaïne en dexamfetamine is een variant van amfetamine, in de volksmond speed genoemd.

Men weet eigenlijk niet precies hoe deze stoffen werken bij ADHD. Ritalin is vooral bij volwassenen en op dieren getest, men heeft niet in kaart gebracht hoe deze middelen werken op jonge, zich nog ontwikkelende hersenen (1). Het lijkt er op dat Ritalin de werking van hersenen bij kinderen blijvend verandert, ook als het gebruik er van al gestopt is (2). Er zijn inmiddels talloze studies gepubliceerd die grote vraagtekens zetten bij het gebruik van Ritalin, vooral op lange termijn (3). Waarvan verslavingsproblematiek bepaald niet het geringste lange termijneffect is. Meer nadelige gevolgen van Ritalin vind je hier.

Andere behandelingsmogelijkheden bij ADHD

Wanneer er problemen ontstaan bij kinderen die in het spectrum van ADHD vallen, vaak vanaf groep 3, en de problemen aanhouden of zelfs verergeren ondanks inspanningen van ouders en leerkrachten, dan volgt er een ADHD onderzoek. Als er een diagnose gesteld wordt, bestaat de allereerste behandeling uit voorlichting en ouder/leerkrachtbegeleiding en eventueel gedragstherapie voor het kind door een gespecialiseerde psycholoog of orthopedagoog. Helpen deze maatregelen niet voldoende, dan komt medicatie in beeld. Zoals je hier boven hebt kunnen lezen is deze medicatie zeer ingrijpend. Ouders worden vaak slecht voorgelicht over de risico’s.
Er zijn echter veel meer factoren die een rol spelen bij het ADHD beeld. Deze factoren leiden ook naar andere mogelijkheden voor behandeling en verbetering van de klachten. Als hier meer bekendheid over komt, met name in de reguliere hulpverlening en deze kennis wordt toegepast, kan medicatie naar plan C, of liever nog, plan Z.

Tekorten aan voedingsstoffen

De Franse kinderarts Marianne Mousain-Bosc onderzocht de magnesiumstatus bij kinderen die Ritalin gebruikten en vond bij 89% een tekort (4). Uit andere studies blijkt ook dat kinderen met ADHD (en ADD!) een magnesiumtekort hebben en dat suppletie leidt tot een afname van hyperactiviteit (5). Kinderen met ADHD hebben vaker een ijzertekort dan kinderen zonder ADHD (6). IJzer is nodig voor cognitieve vaardigheden, zoals de verwerkingssnelheid. En dat is niet alles: meerdere onderzoeken opperen dat een zinktekort een rol zou kunnen spelen bij het ontstaan van ADHD (7). In ieder geval hebben kinderen met ADHD regelmatig een tekort. Onderzoek laat zien dat zinksuppletie bij kinderen met ADHD hyperactiviteit vermindert, alsmede impulsief gedrag en sociale problemen (8). Tenslotte hebben omega 3-vetzuren (uit vette vis of algen) een gunstig effect op ADHD symptomen; suppletie vermindert gedragsproblemen (9). Als je meer wilt weten over de belangrijkste voedingstoffen voor kinderen, klik dan hier.

Hieruit blijkt dat tekorten aan bepaalde voedingstoffen een rol kunnen spelen bij het ontstaan van ADHD symptomen en tevens bij het verminderen er van. Deze voedingsstoffen zijn niet alleen essentieel voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van kinderen, suppletie heeft geen nadelige effecten! Een terechte vraag is dan ook waarom dit niet wordt meegenomen in de reguliere behandeling. Ook over de relatie tussen voeding en ADHD is inmiddels veel bekend.

Voeding en ADHD

Kinderen krijgen van jongs af aan veel suikers binnen. Voor een deel zijn dit verborgen suikers en ook koolhydraatrijke tussendoortjes, zoals koekjes, reepjes, stengels en chipjes worden in het lichaam razendsnel omgezet naar suikers. Suikers worden door ongunstige darmbacteriën als voeding gebruikt, waardoor een gezonde balans tussen gunstige en ongunstige bacteriën verstoord raakt. Door het veelvuldig eten van bewerkte en suikerrijke voeding kunnen er ontstekingsprocessen in de darmen ontstaan. Dit heeft een negatieve invloed op de werking van de hersenen. Er bestaat namelijk een intieme relatie tussen de werking van de darmen en die van het brein. Ook kan de bekende suikerdip (de dip die ontstaat na het eten van suikerrijke producten) ADHD klachten geven als gevolg van het vrijkomen van adrenaline (10).

Een andere categorie voedingsmiddelen die problemen kunnen geven zijn producten die exorfinen bevatten. Nee, het is niet hetzelfde als endorfinen, maar het lijkt er wel op. Endorfinen maakt je lichaam zelf aan; het geeft een gelukkig en tevreden gevoel. Exorfinen zitten in melk, soya, spinazie en glutenbevattende producten (vooral tarwe is een hoofdingrediënt in het eetpatroon van kinderen, denk aan brood, crackers, koekjes, pasta, brinta, muesli, etc.). Het veelvuldig binnenkrijgen van exorfinen verstoort de aanmaak van lichaamseigen endorfinen. Het kan heel goed zijn dat je kind gek is op brood, pasta en andere glutenbevattende voeding. Het geeft ze letterlijk een fijn en ontspannen gevoel. Maar op den duur veroorzaken de exorfinen dus een tekort aan lichaamseigen stofjes die belangrijk zijn voor je kind om zich goed te voelen. Daarnaast kunnen exorfinen ontstekingsprocessen in de hersenen uitlokken die ADHD klachten triggeren (11).

Tenslotte is het belangrijk om te onderzoeken of je kind gevoelig is voor E-nummers. Volgens dr. Lidy Pelsser, onderzoekster bij het centrum voor ADHD en voeding, krijgt 60% van alle kinderen gedragsstoornissen als gevolg van de huidige gangbare voeding (12). Kindervoedingscoach en ADHD expert Anneke Hoek heeft de ervaring dat het elimineren van bepaalde voedingsstoffen waar een kind gevoelig op reageert, kan helpen bij AD(H)D. Zo’n eliminatiedieet heet het RED-dieet. Ook hier is veel onderzoek naar gedaan met positieve uitkomsten (11). Al deze voedingsmaatregelen implementeren is niet eenvoudig en vergt discipline en doorzettingsvermogen. Gelukkig hoeft het niet allemaal in één keer, maar doe je dit stap voor stap.

De invloed van toxische stoffen en omgevingsfactoren

Er is ook een aantal omgevingsfactoren waarvan het minder duidelijk en vooral ook minder geaccepteerd is dat ze een rol kunnen spelen bij het ontstaan van AD(H)D klachten. Deskundigen zijn het er niet over eens en de overheid licht ons er niet over in. Toxische oftewel giftige stoffen komen veelvuldig in onze leefomgeving voor, we ontkomen er niet aan. Er zit gif op ons eten, in het water dat we drinken, in de lucht, in huidverzorging, in speelgoed, in medicijnen en in vaccins. Het is bijna niet mogelijk om een 1 op 1 oorzaak gevolg/relatie te vinden tussen deze toxische stoffen en de vele chronische lichamelijke en psychische aandoeningen waar de moderne mens, volwassenen en kinderen, mee kampt. Vanuit de industrie wordt er nauwelijks onderzoek gedaan naar lange termijn gezondheidseffecten van blootstelling aan deze (combinatie van) stoffen. Daar zijn ze blijkbaar niet zo happig op.
Er wordt wel onafhankelijk onderzoek gedaan, bijvoorbeeld in hoeverre gevaccineerde en ongevaccineerde kinderen van elkaar verschillen in het voorkomen van bepaalde (chronische) aandoeningen (13,14). Hieruit komt wel degelijk naar voren dat AD(H)D veel vaker voorkomt bij gevaccineerde kinderen. Daarnaast blijkt uit de praktijk van artsen, homeopaten en therapeuten van over de hele wereld dat klachten afnemen als vaccinaties ontstoord worden (15). En wie geneest, heeft gelijk. Natuurlijk is er meer onderzoek nodig, maar daarin zal de wetenschap zich creatiever moeten opstellen (het grootste gedeelte van de westerse wereld is immers al gevaccineerd). En met een open blik alle data over de gezondheid van kinderen (en volwassenen) in ogenschouw nemen.

Straling

Ook de groeiende hoeveelheid straling in onze leefomgeving is voor ons lichaam een toxische invloed. We weten er nog lang niet alles van, maar inmiddels is er veel wél bekend. Zo schrijft Hugo Schooneveld, gepromoveerd in de biologie, in zijn ‘Elektrostress Handboek’ dat elektromagnetische velden het kinderbrein beïnvloeden en daarmee hun gedrag. Uit een studie bleek dat zwangere vrouwen die veel mobiel bellen een grotere kans hebben op het krijgen van een kind dat gedurende de eerste 7 jaar een ADHD persoonlijkheid ontwikkelt (5).

Is AD(H)D erfelijk?

Er wordt gezegd dat AD(H)D een erfelijke component heeft. Hoewel er geen gen (of set van genen) bestaat voor ADHD, wordt er vaak hetzelfde beeld gezien bij één van de ouders. Bij erfelijk denken we al snel dat er niets aan te doen is. We hebben het nou eenmaal meegekregen in ons genenpakketje en dat is onveranderlijk. Maar is dat wel zo?
Ik kan me voorstellen dat een bepaalde gevoeligheid van het zenuwstelsel doorgegeven wordt. En dat er mensen zijn die heftiger reageren op prikkels, bepaalde E-nummers en andere schadelijke stoffen die we binnenkrijgen. En daar zijn wellicht genen bij betrokken. Wat we daarnaast ook erven van onze (voor)ouders is onverwerkt trauma, patronen in relaties, hoe we met emoties omgaan, overtuigingen die we hebben, etc. Op een onbewust niveau sturen ze ons gedrag aan. In die context kun je dus ook spreken van erfelijkheid.

Kinderen zijn sterk met hun ouders verbonden en laten zien wat er bij hun ouders speelt. Dat uit zich in hun gedrag, spel, ontwikkeling en hun klachten. Als er iets met je kind is, ga dan ook bij jezelf te rade wat het over jou zegt en wat het jou te leren heeft. De methode Presentchild kan je helpen om de signalen van je kind te ontcijferen.

Conclusie

De conclusie van dit verhaal mag toch wel zijn dat er veel meer te doen is aan AD(H)D dan vaak gedacht wordt. Uit onmacht en onwetendheid komt medicatie al snel in beeld. Medicijnen die niet genezen, slechts symptomen onderdrukken en dat tegen een prijs.
Samengevat kun je:
1) Standaard magnesium en zink geven, voor informatie over de doseringen van nano magnesium, klik hier en voor nano zink, klik hier.

2) Probeer nano platina. Mensen met ADHD/ADD hebben een beter ontwikkelde rechterhersenhelft en zij zijn dan ook vaak vindingrijker, meer gedreven, intuïtief en gevoelig. Nano platina draagt bij aan verbetering van de klachten doordat het de communicatie tussen de linker- en rechterhersenhelft verbetert. Bij ADHD, ADD zijn vele zeer positieve effecten waargenomen door het gebruik er van. Vaak in combinatie met nano magnesium en/of nano zink. Voor meer informatie over nano platina en doseringen, klik hier.

Kies altijd voor kwaliteit. Goedkope producten uit de supermarkt en voordeeldrogisterij waar niet op vermeld staat welke vorm het betreft (bijv. magnesiumcitraat, magnesiumbisglycinaat) zijn weggegooid geld. Je lichaam kan er niets mee en je poept of plast het leeuwendeel weer uit. Het kan zelfs belastend en ontregelend werken voor je organen. Geef dus altijd wat meer geld uit aan kwaliteitssupplementen. Dit geldt ook voor andere stoffen dan mineralen en vitaminen, bijvoorbeeld voor visolie.

3) Vis- of algenolie suppleren en als vis in je voedingspatroon zit, eet dan ook wekelijks vette vis, zoals haring, (wilde) zalm, sardines, ansjovis, paling en forel;
4) Een ijzertekort laten bepalen via bloedonderzoek (voor het bepalen van de magnesium- en zinkstatus heeft bloedonderzoek weinig zin. Daarbij komen tekorten zoveel voor dat suppletie vrijwel altijd zinvol is);
5) Beperk suikers en snelle koolhydraten en observeer of en hoe gedrag en stemming verandert;
6) Eet volkoren producten zonder kunstmatige kleur-, geur- en smaakstoffen en chemische conserveermiddelen. Het liefst biologisch;
7) Zorg dat er voldoende volwaardige eiwitten worden gegeten. Dit zijn de bouwstoffen van neurotransmitters (regulerende hersenstofjes);
8) Kijk of (wellicht onder begeleiding van een deskundige) het weglaten of sterk beperken van exorfinen bevattende voedingsmiddelen verbetering oplevert. Het RED-dieet kun je ook het best onder begeleiding volgen;
9) Beperk beeldschermen. Ga meer met kinderen naar buiten of laat ze met buurtkinderen en vriendjes buiten spelen;
10) Als het goed voelt, dan is het ontstoren van vaccinaties een mogelijkheid om klachten te verbeteren;
11) Om straling in je leefomgeving en dat van je kind te beperken, bekijk deze tips.

Vond je dit interessant? Lees dan ook Nano magnesium bij kinderen: een gouden greep! – Nano Mineralen.
Alles wat kinderen van nu nodig hebben om te floreren, kun je lezen in De ontwikkeling van kinderen naar volwassenheid – Nano Mineralen.
Meer weten over de invloed van chronisch medicijngebruik? Lees Chronisch medicijngebruik – Nano Mineralen
En tenslotte: 13 vuistregels voor een optimale spijsvertering lees je hier.

Geschreven door Terah Afke Beek

Bronnen:

1)   Methylfenidaat: is uw kind een legale verslaafde? Gevolgen voor hersenen onbekend (dodelijkeleugens.nl)
2)   AMC-onderzoekers: ‘Bied druk kind niet te snel Ritalin’ | Het Parool
3)   ADHD: harddrugs voor kinderen – Dodelijke leugens
4)   Marianne Mousain Bosc: Magnesium, dé oplossing. www.succesboeken.nl, 2010.
5)   Starobrat-Hermelin B & Kozielec T: The effects of magnesium physiological supplementation on hyperactivity in children with attention deficit hyperactivity disorder (ADHD). Positive response to magnesium oral loading test; Magnesium Research 10(2):149-156, 1997
6)   Tseng PT et al.: Peripheral iron levels in children with attention-deficit hyperactivity disorder: a systematic review and meta-analysis; Scientific Report 8(1):788, 2018
7)   Dodig-Curković K et al.: The role of zinc in the treatment of hyperactivity disorder in children; Acta Med Croatica 63(4):307-313, 2009
8)   Bilici M et al.: Double-blind, placebo-controlled study of zinc sulfate in the treatment of attention deficit hyperactivity disorder; Progess in Neuro-psychopharmacology & Biological Psychiatry 28(1):181-190, 2004
9)   Königs A, Kiliaan AJ: Critical appraisal of omega-3 fatty acids in attention-deficit/hyperactivity disorder treatment; Neuropsychiatric Disease and Treatment 12:1869-1882, 2016
10) Voeding & AD(H)D | Amber Albarda
11) Het belang van voeding bij een kind met AD(H)D (yourbrainbalance.com)
12) Pelsser RED Centrum | Relatie tussen voeding en ADHD bij kinderen (adhdenvoeding.nl)
13) Health effects in vaccinated versus unvaccinated children, with covariates for breastfeeding status and type of birth (oatext.com)
14) Pilot comparative study on the health of vaccinated and unvaccinated 6- to 12- year old U.S. children (archive.ph)
15) Het ontstoren van vaccinaties: terug naar balans – Terah-pi
16) Divan HA, Kheifets L, Obel C, Olsen J. 2008. Prenatal and postnatal exposure to cell phone use and behavioral problems in children. Epidemiology, 19: 523–529.

Was dit artikel nuttig?